Column 30 juli 2012

Een ambachtelijk bereide column

Er zitten mannen op ons dak. Ze zitten er al een paar weken en ze zullen er ook nog wel even zitten. En dat is in principe goed nieuws, want deze mannen zijn rietdekkers en ze voorzien ons huis van een nieuw rieten dak. Het huidige dak ligt er al 37 jaar op en dan is het wel zo’n beetje aan zijn einde. Die rietdekkers werken onder leiding van de broers Reinder en Johan Borgers. Rietdekkers ‘van vader op zoon’ – letterlijk, want het dak dat ze vervangen is er ooit door hún vader opgelegd. Ik vind het fascinerend om te zien hoe ze werken, en hoe de principes en technieken van hun vak in eeuwen eigenlijk niet veranderd zijn. Natuurlijk werken ze met betere materialen en modernere gereedschappen, maar ‘het ambacht’ is in essentie nog steeds hetzelfde…

Illustratie via timerime.com

Oude en nieuwe ambachten

Het bracht mij op het onderwerp van deze column: ambacht en ambachtelijkheid. Want ‘ambachtelijk’ is net zo’n woord als ‘authentiek’ (jawel, daar is ‘tie weer!): we gebruiken het te pas en te onpas, maar niemand kan nou precies aangeven wat het betekent. We hebben er allerlei associaties bij maar wat maakt iets nou wel of niet ‘ambachtelijk’? Ik heb altijd een ‘braderie-associatie’ bij het woord: ik zie de klompenmaker, de stoelenmatter, de hoefsmid en de pottenbakker die als levende museumstukken hun kunde demonstreren. Maar er zijn veel meer ambachten, getuige de website van het Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA). Er zijn meer dan 900.000 mensen werkzaam bij zo’n 250.000 ambachtelijke bedrijven. Dan hebben we het niet alleen over de bedrijven die volgens traditionele methodes hout, steen of metaal bewerken maar ook over moderne beroepen als schoonheidsspecialist, opticien, orthopedisch schoenspecialist of tandtechnicus.

Wat maakt ‘ambachtelijk’ ambachtelijk?

Volgens Van Dale is iets ‘ambachtelijk’ als het door een ambachtsman gemaakt is of iets dat traditioneel – in tegenstelling tot industrieel – vervaardigd is. En een ‘ambacht’ is volgens dezelfde bron “een vak waarbij men iets met de hand maakt”. Het Hoofdbedrijfschap Ambachten geeft geen sluitende definitie van ‘ambachten’, maar refereert wel aan kenmerken als ‘geschoold handwerk’, ‘werken met hoofd, handen en hart’ en ‘kwalitatief vakwerk’. Maar het is geen beschermde term of aanduiding, in tegenstelling tot sommige andere landen. In Frankrijk zijn de aanduidingen ‘Artisan’ en ‘Maître Artisan’ beschermd en worden verleend door de Chambres de Métiers et de l’Artisanat. In Duitsland kennen ze de term ‘handwerklich’ en hanteren systeem dat veel lijkt op hoe het vroeger in de Nederlandse gilden werkte: met leerlingen, gezellen en meesters.

Gebruik en misbruik

Maar de term ‘ambachtelijk’ is vogelvrij en dus komen we het op allerlei verpakkingen tegen. Ook als het overduidelijk industrieel vervaardigde producten zijn, zoals ik het gisteren aantrof op de verpakking van AH Excellent meergranen afbakbrood. Geen slecht product, maar wat mij betreft wel een devaluatie van de term. Uiteraard begrijp ik wel welke associatie AH met verpakking en woordgebruik wil oproepen, maar het doet geen recht aan producten en branches die wel degelijk met individueel handwerk hun producten vervaardigen. Terwijl ook een supermarkt ‘ambachtelijk’ kan werken. Bij steeds meer kwaliteitssupermarkten wordt er bewust gewerkt aan het introduceren van meer ‘ambachtelijke handelingen’ op de winkelvloer: snijden van vleeswaren en kaas, afbakken van brood, snijden en portioneren van vlees. Dat maakt de supermarkt of de betreffende medewerker nog niet ambachtelijk, maar het doet wel meer recht aan de term.

De ambachtelijke slager

Bij ons in het dorp hebben we Keurslager Van Rooijen. Een échte ambachtelijke slager, die zelf ook runderen mest en worsten maakt. In alle aspecten is het handwerk merkbaar en dat zit ‘m in meer dan alleen het snijden van vleeswaren. Wat mij betreft zie je bij zo’n slager de pijlers die iets ‘ambachtelijk’ maken:

•    Individuele productie, aandacht voor elk afzonderlijk item
•    Handwerk, al dan niet met gebruik van gereedschap
•    (Hand)vaardigheid, techniek
•    Geschoolde werkzaamheden, praktische en theoretische kennis

Volgens mij zou je deze 4 eisen als basis voor een – misschien zelfs beschermde – terminologie kunnen gebruiken. Dat zou het woord ‘ambachtelijk’, dat nu dreigt af te glijden naar een generieke reclameterm, weer échte en relevante betekenis en waarde kunnen geven…

Tot zover. Ik ga weer even buiten kijken hoe de mannen met twijgijzer, drijfbord en rietdekstoel hun ambacht uitoefenen…